Definitief geen “vervaardiging” voor tot appartementen verbouwd kantoor

Geplaatst op

DHK NieuwsFlash Wit

De Hoge Raad heeft op 15 maart 2013 geoordeeld over een bij hem ingesteld cassatieberoep met betrekking tot de “vervaardiging” van een nieuwe onroerende zaak. De Hoge Raad deed het cassatieberoep af met artikel 81 Wet op de rechterlijke organisatie, wat onder meer inhoudt dat beantwoording van de gestelde rechtsvragen volgens de Hoge Raad niet nodig was in het belang van de rechtseenheid en/of de rechtsontwikkeling. De Hoge Raad geeft hiermee impliciet aan, dat het Hof bij zijn beoordeling van de situatie de juiste uitgangspunten heeft gehanteerd (en dat dit kennelijke geen verdere toelichting behoeft). Het einde van de discussie wanneer een verbouwing leidt tot de met btw belaste “vervaardiging” van een nieuwe onroerende zaak lijkt hiermee in zicht. Van vervaardiging door verbouwing (“vernieuwbouw”) is blijkens de huidige jurisprudentie slechts sprake wanneer door de werkzaamheden “in wezen nieuwbouw heeft plaatsgevonden” in die zin dat er (in het algemeen voor wat betreft de bouwkundige constructie) “een goed wordt voortgebracht dat daarvoor niet bestond”. Hiervan is, naar mede blijkt uit de overwegingen van het Hof, niet zonder meer sprake. Een verbouwing waarbij bestaande vloeren, plafonds en de dikke muren worden gehandhaafd en er bovendien weinig aanpassingen aan het uiterlijk van het pand worden aangebracht, zal doorgaans niet leiden tot “vervaardiging”, óók niet wanneer de onroerende zaak door middel van de verbouwing een andere functie verkrijgt (bijvoorbeeld woningen in plaats van kantoren).