Btw-vrije samenwerking wordt beperkt!

Geplaatst op

Algemeen belang koepel

Op 21 september 2017 heeft het EU Hof van Justitie (HvJ) drie arresten gewezen waarin de reikwijdte van de zogenoemde ‘koepelvrijstelling’ wordt beperkt. Deze vrijstelling geldt voor diensten door een samenwerkingsverband aan zijn leden, onder de kanttekening dat deze leden vrijgestelde ondernemersprestaties verrichten of niet kwalificeren als btw-ondernemer. Een belangrijke voorwaarde is voorts dat het samenwerkingsverband (‘de koepel’) niet meer van zijn leden terugvordert dan ieders aandeel in de gezamenlijke uitgaven.

Uit de arresten van het HvJ volgt, dat de ‘koepelvrijstelling’ alleen kan worden toegepast wanneer het gaat om btw-ondernemers die voor activiteiten van ‘algemeen belang’ zijn vrijgesteld van btw. Het gaat hierbij om vrijstellingen die zijn genoemd in Titel IX, hoofdstuk 2 van de BTW-Richtlijn (‘Vrijstellingen voor bepaalde activiteiten van algemeen belang’). Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de ‘medische vrijstelling’. Het HvJ oordeelt dat de ‘koepelvrijstelling’ niet geldt voor ‘vrijstellingen ten gunste van andere activiteiten’ (Titel IX, hoofdstuk 3, BTW-Richtlijn).

De staatssecretaris van Financiën had al eerder opgemerkt dat zijn beleid te ruimhartig was. In het verleden (2016) keurde hij goed, dat bij een samenwerkingsverband van gemeenten de koepelvrijstelling al mocht worden toegepast als de gemeenten de diensten van de koepel niet volledig (100%) voor vrijgestelde ondernemersprestaties of overheidsprestatie zouden benutten maar dit voor minimaal 70% het geval zou zijn. In zijn brief van 15 september 2017 kondigt de staatssecretaris aan dat deze verruiming met ingang van 1 januari 2018 komt te vervallen. De koepelvrijstelling mag vanaf dat moment alleen nog voor volledig voor vrijgestelde ondernemersprestaties gebruikte prestaties worden toegepast. De periode tot 1 januari 2018 ziet de staatssecretaris als een overgangsperiode, waarin de betrokken koepel en gemeenten hun afspraken en administratie kunnen aanpassen aan de nieuwe voorschriften.

Of de soep zo heet gegeten gaat worden als deze nu lijkt te worden opgediend zal blijken. De btw -richtlijn biedt de mogelijkheid dat de koepelvrijstelling ook geldt voor een koepel van niet-ondernemers. De genoemde arresten van het Hof van Justitie gaan niet in op deze situatie, die voor bijvoorbeeld samenwerkende gemeenten wel degelijk erg van belang is. De uitleg van het HvJ heeft niet gezorgd voor de in de praktijk zo gewenste duidelijkheid.

Een strikte toepassing van deze uitleg door het HvJ betekent dat de koepelvrijstelling veel van haar glans zal verliezen. Overigens zal van een strikte toepassing pas sprake zijn als Nederland deze strikte toepassing en zijn wetgeving verwoord. Het Belastingplan 2018 voorziet (nog) niet in een aanpassing van de koepelvrijstelling. Mocht het tot aanpassing komen, dan zal er dus nog wel enige tijd verstrijken. Dat neemt niet weg dat er voldoende reden is om te bezien of de koepel nog een veilige schuilplaats biedt tegen niet-beoogde btw -heffing en of (nog steeds) aan alle voorwaarden daarvoor wordt voldaan.