De btw doet mee: de btw-aspecten van de ROZ-modellen

Geplaatst op

HIP

Verhuur van onroerende zaken kan van btw zijn vrijgesteld, maar kan ook met btw zijn belast. Dit gegeven is niet alleen van belang voor de vraag of er wel of niet btw in rekening moet worden gebracht (en moet worden afgedragen), maar ook voor de vraag of de verhuurder recht heeft op aftrek van de aan hem in rekening gebrachte btw op gemaakte investeringen en kosten (voorbelasting). In dit artikel gaan wij op hoofdlijnen in op de btw-aspecten die van belang zijn bij de verhuur van onroerend goed.Deze btw-aspecten koppelen wij aan de door de Raad voor Onroerende Zaken opgestelde modelovereenkomsten (hierna: ROZ-modellen):

  1. “huurovereenkomst woonruimte” , zoals vastgesteld door de ROZ op 30 juli 2003;
  2. “huurovereenkomst winkelruimte en andere bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW”, zoals vastgesteld door de ROZ op 17 september 2012 (hierna: “huurovereenkomst winkelruimte e.a.”). Dit model heeft betrekking op ruimten die worden ingezet binnen het kleinhandelsbedrijf, café-/ restaurantbedrijf, afhaal- of besteldienst, ambachtsbedrijf, hotelbedrijf, kampeerbedrijf. Daarnaast kan ook een bij de bedrijfsruimte behorende bedrijfswoning onderdeel uitmaken van dit model.
  3. “huurovereenkomst kantoorruimte en andere bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:230a BW”, zoals vastgesteld door de ROZ op 30 juli 2003 (hierna: “huurovereenkomst kantoorruimte”). Dit model heeft betrekking op onroerende zaken die niet  onder de twee bovengenoemde categorieën kunnen worden gerangschikt. Het gaat hierbij met name om kantoorruimten.

Vindplaats: K. Dijkstra; I.M. Duinker, “De btw doet mee: de btw-aspecten van de ROZ-modellen”, Huurrecht in Praktijk 2014/1.