Belastingplan 2019 beoogt een verruiming van de sportvrijstelling voor de BTW

Geplaatst op

Belastingplan 2019

Belastingplan 2019 beoogt een verruiming van de sportvrijstelling voor de BTW

Op Prinsjesdag (18 september 2018) zijn de nieuwe belastingplannen voor het komende jaar bekend gemaakt. In deze belastingplannen is o.m. opgenomen dat de zogenoemde ‘sportvrijstelling’ voor de BTW zal worden verruimd. Voortaan zal de sportvrijstelling niet alleen gelden voor sportdiensten aan de leden, maar geldt deze voor sportdiensten aan zowel leden als niet-leden. De sportvrijstelling geldt in beginsel ook voor nauw met de sportbeoefening samenhangende leveringen en diensten. De sportvrijstelling geldt alleen als de ondernemer geen winst beoogt. De nieuwe regeling kent diverse bepalingen die moeten voorkomen dat er kunstmatig een winstoogmerk kan worden gecreëerd. Deze bepalingen zien o.a. op het buiten aanmerking laten van subsidies of te hoge vergoedingen, maar ook op de situatie waarin de kosten laag kunnen blijven omdat een gemeente de sportaccommodatie niet beschikbaar stelt tegen berekening van de daaraan toerekenbare integrale kosten. De verruiming van de sportvrijstelling heeft echter geen effect voor de mogelijkheid tot BTW-aftrek voor sportaccommodaties die op 1 januari 2019 in aanbouw zijn. Ook zijn de herzieningsbepalingen buiten toepassing gesteld voor zover de op 1 januari 2019 reeds in gebruik zijnde sportaccommodaties door de verruiming van de sportvrijstelling minder voor belaste prestaties zullen worden gebruikt. De wetgever heeft de bedoeling dat ook het ter beschikking stellen van berg- en ligplaatsen voor vaartuigen die, vanwege hun objectieve kenmerken als de vorm, de snelheid, de wendbaarheid, het gewicht of de afmetingen ervan geschikt en specifiek nodig (onontbeerlijk) zijn voor de (water)sportbeoefening onder deze vrijstelling zal vallen. Gezien de beperking tot niet-winstbeogende btw-ondernemers zal deze wijziging met name voor watersportverenigingen van belang zijn. Commerciële aanbieders van watersport faciliteiten zullen gewoon onder de heffing van btw blijven vallen. De vraag is daar of het volgend jaar 9% tarief kan worden toegepast voor het “gelegenheid geven tot sportbeoefening” of dat het algemene tarief van 21% moet worden toegepast.