Sale and leaseback verhuurd vastgoed wel of geen overdracht van een BTW-onderneming?

Geplaatst op

sale and lease back

Sale and leaseback verhuurd vastgoed wel of geen overdracht van een BTW-onderneming?

De levering van verhuurd vastgoed kwalificeert voor de BTW-heffing doorgaans als de ‘overdracht van een algemeenheid van goederen’, kortweg de overdracht van een (zelfstandig deel van een) BTW-onderneming. Voor die situatie bepaalt een wettelijke regeling (artikel 37d Wet OB 1968) dat er geen BTW-heffing ten aanzien van deze transactie plaatsvindt en dat de koper in de BTW-positie van de verkoper treedt. Door deze regeling gaan de eventueel nog lopende herzieningstermijnen met betrekking tot het vastgoed van rechtswege over de op de koper.

Tussen een woningcorporatie en de Belastingdienst ontstond discussie over de toepassing van deze regeling bij de uitvoering van een sale and leasebackovereenkomst met betrekking tot een nieuw wooncomplex voor senioren met een belegger. De woningcorporatie droeg de eigendom van dit wooncomplex over aan de belegger en huurde dit daarna weer volledig terug. Hierdoor bleef de woningcorporatie voor de bewoners feitelijk de verhuurder en het aanspreekpunt. De inspecteur vond om die redenen genoemde regeling niet van toepassing en stelde zich op het standpunt dat de woningcorporatie een met BTW belaste levering had verricht en legde een naheffingsaanslag op.

Rechtbank Den Haag heeft deze naheffingsaanslag vernietigd (5 juli 2018, nr. SGR17/5502). De rechter oordeelde, op basis van eerdere rechtspraak van het Hof van Justitie, dat het voor de toepassing van artikel 37d enkel van belang is dat het complex blijvend voorwerp is van een BTW-onderneming. Dat de wijze van exploitatie van het complex door de koper / belegger niet dezelfde is als die van de verkoper / woningcorporatie is volgens de rechtbank geen omstandigheid die toepassing van deze BTW-regeling in de weg staat. Voor de vastgoedpraktijk is dit een belangrijke uitspraak. De Belastingdienst blijkt het echter niet met de uitleg van de rechtbank eens en heeft daarom hoger beroep ingesteld. Het vervolg van deze procedure wordt dan ook met belangstelling gevolgd. Wij zullen hier op dat moment nader over berichten.